Over Poolnacht in Circusmagazine#48

‘In Poolnacht brengen de zinderend grijze duisternis en een vertelstem je in een tijdloze trance.’

 

Liv Laveyne in Circusmagazine#48, 15 september 2016

I WANT TO BREAK FREE UIT HET RAD VAN DE ECONOMIE

Het lijken op het eerste gezicht twee onverenigbare werelden: die van de circusartiest en die van de fabrieksarbeider. En toch verenigt de voorstelling ‘PAKMAN’ beide in een kleine camion.

Het kwik zit ver boven de twintig als we in de schaduw van het kerkje in de Gentse Machariuswijk bijeen gepropt worden in de laadruimte van een vrachtwagen. Zo idyllisch als het festival MiramirO daarbuiten de zomervakantie kleurt, zo grauw is de dagelijkse sleur daarbinnen waar Pakman (Stijn Grupping) op het tempo van de lopende band en de genadeloos doortikkende klok kartonnen dozen afstempelt en stapelt. Gescheiden van het publiek door een plexiglazen wand krijgt dit tafereel nog iets extra triest. Zoals je naar een chimpansee kijkt in de zoo, zo staar je hier naar de mens in zijn (zelfgekozen?) gevangenis: het tredrad van de economie. Maar wars van tragiek, ook dit is de mens: hij die erin slaagt met zijn verbeelding kleur te geven aan de alledaagsheid en met zijn veerkracht tempo tot ritme maakt. Arbeit macht nicht frei, maar ons spelvermogen wel. Homo est homo ludens.

Verbeelding werkt

Want volgt Pakman aanvankelijk slaafs het tempo van de machine, dan breekt hij los en creëert met kaatsballen zijn eigen ritme tegen de ijzeren wanden van zijn ‘cel’. Wanneer een tweede figuur (Frederik Meulyzer) vanachter de dozen aan het drummen gaat, ontspint zich een ritmisch duet, een duel bijwijlen. Is het een dialoog of een gevecht tussen collega’s of een alter ego? Tussen mens en machine? Met de tijd of met zichzelf? En wie stuurt wie aan in dit raderwerk?

‘PAKMAN’ geeft een gans andere draai aan het genre ‘industrial music’. Zoals in de befaamde fabrieksscène uit ‘Dancer in the dark’ waar Björk zich musicalgewijs loszingt van de machines, de ijzeren muzieksculpturen van Tinguely of de audiovisuele roadtrip ‘Clangdelum Cinematographica’, waarin geluidskunstenaar Hans Beckers de muzikaliteit van onze omgevingen onderzoekt, zo koppelt en ontkoppelt ‘PAKMAN’ de pulse van de machine aan de vibe van botsballen en drum.

Post uit Hessdalen

‘PAKMAN’ is de jongste creatie van Post uit Hessdalen, het gezelschap rond theatermaker Ine Van Baelen en cinematograaf en circusartiest Stijn Grupping (medeoprichter van Ell Circo d’ell Fuego).  Verwijzend naar Hessdalen, een vallei in Noorwegen waar zich al jaren een onverklaarbaar lichtfenomeen aan de hemel afspeelt, zo ongrijpbaar is ook hun stijl. Van hun debuut ‘Het kleinste familiecircus ter wereld’ waarin ze videoprojectie inzetten om de fysieke grenzen van het circuslichaam in tijd en ruimte te overstijgen, tot de documentaire ‘Poolnacht’ waarin de zinderend grijze duisternis en een vertelstem je in een tijdloze trance brengen, of nu deze ‘PAKMAN’: radicaal verschillend in vorm en discipline, in inhoud delen ze eenzelfde zorg: hoe gaan we als mens om met het fenomeen tijd? Als virtueel, natuurlijk of economisch gegeven. Als verleider, vijand of speelkameraad. Tik tak.

Bestemd adres ongekend

Maakt die inhoudelijke queeste ‘PAKMAN’ tot een superstraffe circusvoorstelling? Dat niet. Daarvoor voel je dat hier teveel de ruis van de toegift op zit, het is de perfect op maat gesneden doos met label geschikt voor elke brede festivalcontext. Nochtans heeft Post uit Hessdalen het in zijn genen om dat ongrijpbare licht te zijn waaraan het zijn naam ontleent. Het feit dat dit makersduo een inhoudelijk onderzoek voert over een langere termijn dan één voorstelling en dat koppelt aan diverse vormen en disciplines maakt hen net zo interessant. Zeker voor het circus waar voorstellingen al eens lijden onder het kortetermijndenken van ‘we hebben een leuk ideetje gevonden’. Laat Post uit Hessdalen zijn bestemming vooral niet vinden en zoekende blijven. Ze hebben de tijd aan hun kant.

Leeuwarder Courant

‘Dit bedoelt hij dus. Zo’n maakster. Die vastberadenheid. Hij voelt, nee hij weet, ja, nee, toch, ja hij voelt gewoon dat ze het gaat klaarspelen. Dat dit wel eens iets bijzonders kan worden. Heel bijzonder.’

 

Kirsten van Santen in Leeuwarder Courant, 2 juni 2017

Zo ontstaat een voorstelling voor Oerol

Aan een Oerolvoorstelling gaat een lang, soms jarenlang, proces vooraf. Een productie is er niet zomaar, die moet rijpen. Kunstenaar en festivaldirecteur moeten elkaar vertrouwen. En soms een risico nemen. Een kijkje in de keuken van de Oerol-economie.

Kees Lesuis is dikke vrienden met het toeval. De artistiek leider van het Terschellinger Oerolfestival wijst naar de enorme kaart achter zich op de muur van het Oerolkantoor in Midsland. Daarop staan de belangrijke piekmomenten in een Oeroljaar aangegeven. Die zijn voor iedereen verschillend. Wanneer productie en communicatie anderhalve week voor aanvang van het theaterfestival overuren draaien, kan Lesuis ontspannen. De boel ‘draait’ immers. “De kans op een zo goed mogelijk festival is aanwezig.’’ Al die verschillende piekmomenten, eigenlijk is het niet met elkaar te combineren. Een kwestie van toeval, een schitterend ongeluk, dat het altijd weer allemaal goed komt.

Een verse maandag strekt zich voor Lesuis uit. Een dag die rustig leek, maar waarop er toch ineens van alles moet. De krant wil een verhaal over hoe je dat doet; programmeren, er komen theatermakers op inspiratiebezoek – een uit Amsterdam, een uit Vlaanderen. Ze komen ongeveer allemaal tegelijk aan. Lesuis zal ze van de boot halen en schipperen met de aandacht die hij aan een ieder kan besteden.

En dan meldt een medewerker op het kantoor ook nog eens dat om vier uur die middag ‘de vlag gehesen wordt’ en of de artistiek leider dan een woordje wil zeggen. “Dat is een soort officieel momentje bij ons. Als de eerste groepen op het eiland zijn, gaat de vlag in top en proosten we erop.’’

Vooruitkijken naar 2018 en 2019

Terwijl de voorbereidingen van dit Oerolfestival in volle gang zijn, houdt Lesuis zich al bezig met de edities van 2018 en 2019. Hij begeleidt producties vanaf een heel pril stadium; soms nog voordat zich een duidelijk idee heeft aangediend is hij al met theatermakers in gesprek. Omdat hij eerder werk van ze interessant vindt, of via via van ze heeft gehoord.

Zo ontvangt hij vandaag Kees Roorda, toneelschrijver. Dat gebeurt op verzoek van Lesuis. Hij vond het tijd ‘om weer eens nader tot elkaar te komen’. “Om samen hardop na te denken.’’ Roorda, geboren in Leeuwarden en opgegroeid in Drachten, had er meteen oren naar. Vier keer eerder was er al iets van hem op Oerol te zien. Als kleine jongen kampeerde hij met zijn ouders op camping De Kooi. Altijd heimwee als-ie weer naar huis moest. Hij is blij om weer op Terschelling te zijn, om er iets te kunnen maken.

Oerol wil een aanlokkelijk podium voor makers zijn, een uitdagend podium waar kunstenaars groot durven te werken en waar ze hun dromen waar proberen te maken. Het is een vraag die hij ze altijd stelt: waarom hier, waarom Terschelling? Wat is de link met het eiland? Zo’n gesprek vormt de eerste aanzet tot een denkproces.

Lesuis denkt mee, schetst de contouren en probeert te inspireren. “Het gaat mij erom het goede verhaal boven tafel te krijgen.’’ Wellicht ontvangt de theatermaker vervolgens, nadat er een plan is opgesteld, een intentieverklaring van Oerol – een voornemen om de voorstelling te programmeren. Het is belangrijk voor makers om zo’n intentieverklaring op zak te hebben, want daarmee kunnen ze subsidie aanvragen.

Rekensom

Het is namelijk niet zo dat Oerol kant en klare voorstellingen ‘koopt’. Oerol faciliteert, biedt groepen een publiek en ruimte om te experimenteren. De makers moeten overtocht en verblijf en de kosten van hun productie zelf betalen. Op Terschelling krijgen ze 75 procent van de inkomsten van de kaartverkoop – de recettes. Het zogeheten ‘garantiebedrag’ wordt als volgt berekend: aantal voorstellingen keer publieksaantal keer entreeprijs minus 6 procent btw keer 75 procent.

Wanneer de uitkomst hiervan ontoereikend is, bijvoorbeeld omdat een voorstelling maar weinig publiek kan bergen of omdat er dertig muzikanten mee moeten, dan kan Oerol inspringen bij het aanvragen van subsidie. En wanneer dat niet volstaat, kan de tering nog naar de nering worden gezet, vertelt financieel medewerker Charlotte Verhoef. “We kunnen kijken of groepen vaker kunnen spelen, of de techniek eenvoudiger kan, wil je echt ’s avonds spelen of kan het ook bij daglicht – dat soort dingen.’’

Het productieproces voltrekt zich volgens een vast stramien: eerst is er een verkennend gesprek, dan volgt een inspiratiebezoek, later een verblijf op het eiland, waaruit een plan voortvloeit.

Als dat plan wordt gehonoreerd met een intentieverklaring kan de zoektocht naar subsidiegeld worden gestart. Dat doen de groepen zelf. In de maanden of jaren die dan volgen, houdt Lesuis een vinger aan de pols. “Het gaat erom dat je in een vroeg stadium weet waar je aan toe bent’’, stelt de artistiek leider. ,,Dat geldt voor beide kanten. De intentieverklaring is wat dat betreft zowel voor ons als voor de makers echt een waardevolle afspraak.’’

Deinend enthousiasme

Zo’n verklaring lijkt er voor toneelschrijver Kees Roorda wel aan te komen. Hij kwam vanuit Amsterdam op de fiets naar Terschelling. In zijn verkeerd om aangetrokken wielershirt en met bruinverbrand hoofd zit de boomlange schrijver aan de koffie in Strandhotel Formerum. Lesuis zit tegenover zijn naamgenoot en laat hem praten over zijn plannen voor een Oerolproductie in de nabije toekomst.

Roorda heeft wel wat leuks, zegt hij grijnzend. Hij pakt een dik boek uit zijn fietstas, dat gaat over de grens tussen het echte leven en het (kinder)spel. Hij praat met Lesuis over gaming, over de film Dogville van Lars von Trier, over donkere bossen, een bar in de nacht, een moord, een raadsel en publieksparticipatie.

Lesuis knikt driftig van ja. Af en toe wordt hij concreet. Hoe denk je de kaartverkoop te regelen? Hoe krijg je mensen zo ver?

Het enthousiasme deint in golven tussen de twee mannen heen en weer. Maar nergens vliegt het gesprek uit de bocht. Lesuis houdt de regie. Hij stelt vragen, maar blijft in oplossingen denken. Hij besluit dat de koffie betaald gaat worden.

“Ik wil je meenemen naar het strand. Dan pakken we het gesprek daar wel weer op, oké?’’ Roorda vindt het een prettig contact, zegt hij later. “Kees biedt ruimte. Vrijheid.’’

Op het strand bij Formerum bouwt het Noord Nederlands Toneel met Club Guy & Roni een gigantische tribune, pal op de wind, voor een man of zevenhonderd. Over een week is hier Penthesilea te zien. Lesuis is blij met dit megaproject. Het kan alleen op Oerol staan doordat het NNT er zelf geld in steekt. Lesuis toont het enorme speelvlak aan Roorda. “Geweldig dit toch?’’

De ruige jaren onder het juk van voormalig staatssecretaris van cultuur Halbe Zijlstra lijken voorbij. Lesuis ontwaart een positievere grondhouding richting de kunsten. “Makers zijn zich anders gaan organiseren. Kunst doet er weer toe. Ik vind de huidige theatermakers geëngageerder. Radicaler ook, in zekere zin.’’

 Kromming van de aarde

 Later, in de auto (inmiddels is ook Roorda’s eigen zakelijk artistiek producente Anneke Toonen gearriveerd), biedt Lesuis de toneelschrijver brokjes inspiratie aan – een naam van een fotograaf, een boek, een collega-theatermaker. Roorda wil eigenlijk iets ’s nachts doen, in het bos. Lesuis stelt dat het niet mee zal vallen om dat nog eens voor mekaar te boksen, maar bezweert: “Als de artistieke noodzaak zo duidelijk is, zo groot is, dat het echt moet, dan is er misschien wat mogelijk.’’

Iets van dezelfde strekking zegt Lesuis een paar uur later tegen de Vlaamse theatermaakster Ine van Baelen van het gezelschap Post uit Hessdalen. Ze heeft ambitieuze plannen voor een locatietheaterproductie. Ook zij komt net van de boot, twee grote geluidsboxen en gigantische koffers met zich mee torsend.

Oerol nodigde haar uit om op residentie te komen. Ze wil de werking van ‘ver’ en ‘dichtbij’ onderzoeken, en “iets met de kromming van de aarde.’’ De weg die voor de Vlaamse ligt, is lang. En ongewis. Ze wil dertien uren de beweging van eb en vloed observeren. Of dat mogelijk is? Ada en Kees knikken. Dat kan hoor – zeg maar, wat wil je: kijken naar de Noord- of naar de Waddenzee? De Vlaamse zwijgt. Daar moet ze over nadenken.

Later, als Van Baelen in een Oerolbusje naar haar onderkomen wordt gebracht, staart Lesuis haar na. Dit bedoelt hij dus. Zo’n maakster. Die vastberadenheid. Hij voelt, nee hij weet, ja, nee, toch, ja hij voelt gewoon dat ze het gaat klaarspelen. Dat dit wel eens iets bijzonders kan worden. Heel bijzonder.

Dan spoedt de artistiek leider zich weer verder, mobieltje in de aanslag, terug naar schrijver Roorda en zakelijk producent Toonen. Die willen per se nog een stuk bos zien. “Ik weet wel wat.’’

Stijn Grupping

(°1986) is één van de oprichters van het onlangs met de Vlaamse Cultuurprijs voor Circus bekroonde Ell Circo d’Ell Fuego. Hij geeft er enkele jaren les, creëert voorstellingen en specialiseert zich in jongleren met botsballen. Experimenten om video en projectie te integreren binnen een circusperformance – een op dat moment nog grotendeels onontgonnen terrein – brengen hem ertoe om film te studeren aan het NARAFI te Brussel. Sinds 2006 werkt Stijn als cameraman en filmmaker in film en theater, o.a. voor Zonzo Compagnie (3ACH), Muziektheater Transparant en Froe Froe, maar voornamelijk bij Post uit Hessdalen.

Recensie in Circusmagazine#48

‘PAKMAN geeft een gans andere draai aan het genre ‘industrial music’.’

 

Liv Laveyne in Circusmagazine#48, 15 september 2016

I WANT TO BREAK FREE UIT HET RAD VAN DE ECONOMIE

Het lijken op het eerste gezicht twee onverenigbare werelden: die van de circusartiest en die van de fabrieksarbeider. En toch verenigt de voorstelling ‘PAKMAN’ beide in een kleine camion.

Het kwik zit ver boven de twintig als we in de schaduw van het kerkje in de Gentse Machariuswijk bijeen gepropt worden in de laadruimte van een vrachtwagen. Zo idyllisch als het festival MiramirO daarbuiten de zomervakantie kleurt, zo grauw is de dagelijkse sleur daarbinnen waar Pakman (Stijn Grupping) op het tempo van de lopende band en de genadeloos doortikkende klok kartonnen dozen afstempelt en stapelt. Gescheiden van het publiek door een plexiglazen wand krijgt dit tafereel nog iets extra triest. Zoals je naar een chimpansee kijkt in de zoo, zo staar je hier naar de mens in zijn (zelfgekozen?) gevangenis: het tredrad van de economie. Maar wars van tragiek, ook dit is de mens: hij die erin slaagt met zijn verbeelding kleur te geven aan de alledaagsheid en met zijn veerkracht tempo tot ritme maakt. Arbeit macht nicht frei, maar ons spelvermogen wel. Homo est homo ludens.

Verbeelding werkt

Want volgt Pakman aanvankelijk slaafs het tempo van de machine, dan breekt hij los en creëert met kaatsballen zijn eigen ritme tegen de ijzeren wanden van zijn ‘cel’. Wanneer een tweede figuur (Frederik Meulyzer) vanachter de dozen aan het drummen gaat, ontspint zich een ritmisch duet, een duel bijwijlen. Is het een dialoog of een gevecht tussen collega’s of een alter ego? Tussen mens en machine? Met de tijd of met zichzelf? En wie stuurt wie aan in dit raderwerk?

‘PAKMAN’ geeft een gans andere draai aan het genre ‘industrial music’. Zoals in de befaamde fabrieksscène uit ‘Dancer in the dark’ waar Björk zich musicalgewijs loszingt van de machines, de ijzeren muzieksculpturen van Tinguely of de audiovisuele roadtrip ‘Clangdelum Cinematographica’, waarin geluidskunstenaar Hans Beckers de muzikaliteit van onze omgevingen onderzoekt, zo koppelt en ontkoppelt ‘PAKMAN’ de pulse van de machine aan de vibe van botsballen en drum.

Post uit Hessdalen

‘PAKMAN’ is de jongste creatie van Post uit Hessdalen, het gezelschap rond theatermaker Ine Van Baelen en cinematograaf en circusartiest Stijn Grupping (medeoprichter van Ell Circo d’ell Fuego).  Verwijzend naar Hessdalen, een vallei in Noorwegen waar zich al jaren een onverklaarbaar lichtfenomeen aan de hemel afspeelt, zo ongrijpbaar is ook hun stijl. Van hun debuut ‘Het kleinste familiecircus ter wereld’ waarin ze videoprojectie inzetten om de fysieke grenzen van het circuslichaam in tijd en ruimte te overstijgen, tot de documentaire ‘Poolnacht’ waarin de zinderend grijze duisternis en een vertelstem je in een tijdloze trance brengen, of nu deze ‘PAKMAN’: radicaal verschillend in vorm en discipline, in inhoud delen ze eenzelfde zorg: hoe gaan we als mens om met het fenomeen tijd? Als virtueel, natuurlijk of economisch gegeven. Als verleider, vijand of speelkameraad. Tik tak.

Bestemd adres ongekend

Maakt die inhoudelijke queeste ‘PAKMAN’ tot een superstraffe circusvoorstelling? Dat niet. Daarvoor voel je dat hier teveel de ruis van de toegift op zit, het is de perfect op maat gesneden doos met label geschikt voor elke brede festivalcontext. Nochtans heeft Post uit Hessdalen het in zijn genen om dat ongrijpbare licht te zijn waaraan het zijn naam ontleent. Het feit dat dit makersduo een inhoudelijk onderzoek voert over een langere termijn dan één voorstelling en dat koppelt aan diverse vormen en disciplines maakt hen net zo interessant. Zeker voor het circus waar voorstellingen al eens lijden onder het kortetermijndenken van ‘we hebben een leuk ideetje gevonden’. Laat Post uit Hessdalen zijn bestemming vooral niet vinden en zoekende blijven. Ze hebben de tijd aan hun kant.

Recensie in Knack Focus

‘Post uit Hessdalen maakt in Poolnacht de verveling verrukkelijk’

 

Els Van Steenberghe in Knack Focus, 12 januari 2016

Vijf bevriende kunstenaars ontvluchtten vorig jaar de ratrace waarin Westerlingen collectief gevangen lijken te zitten en brachten enkele weken door in een niemandsland vlakbij Groenland. Tijdens hun verblijf hielden ze een dagboek bij. Uit die dagboekfragmenten puurden ze vervolgens de intrigerende performance Poolnacht. ***

The Play = Poolnacht

Gezelschap = Post uit Hessdalen en Muziektheater Transparant

In een zin = Poolnacht is een kleinood van een bende ‘uitvinders’ die balanceren op de rand van performance, theater en beeldende kunst. Met deze creatie die het donker letterlijk laat oplichten, bieden ze het perfecte antwoord op wat er misgaat in onze samenleving waarin alles altijd maar ‘sneller en meer en groter’ moet.

Hoogtepunt = Het moment dat het decor begint te bewegen en het doodse landschap allerminst doods blijkt…

Score = * * *

Quote =

‘De wind is altijd aanwezig op dit eiland, maar nu is hij uitzinnig en ongetemd. Wie de natuur wil omschrijven, schetst een temperamentvol karakter. Waarom zou een mens wel en een berg niet koppig kunnen zijn?’

EN

‘Hier zijn is een oefening in mij concentreren op het heden. Er in slagen vijf minuten voor mij uit te staren zonder aan de volgende vijf te denken. ‘Windstilte van de ziel’ – zo omschreef Nietzsche de verveling. Wachten zonder meer dat beloond wordt met de openbaring van de ware tijd, niet die van de klok maar de innerlijk beleefde.’

EN

‘Herinneringen worden niet in steen gebeiteld, nee, ze worden telkens herschreven. Hoe vaak heb ik me dat al gerealiseerd?’

Wanneer hebt u zich voor het laatst verveeld? Rare vraag, niet? ‘Zich vervelen is goed voor onze kinderen’, met zulke adviezen wapperen pedagogen van tijd tot stond. Maar het is ook goed voor groot geworden kinderen die dezer dagen – na de welverdiende kerstrust – harder dan ooit door de dagen racen om afspraken na te komen, nieuwe afspraken te maken, te vergaderen, het werk weer op schema te krijgen, nieuwe strategieën te bedenken, …

‘En wat als we nu eens uit die ratrace stappen?’, dat dachten de jonge theatermakers van Post uit Hessdalen, Post uit Hessdalen vzw werd in 2014 opgericht door circusartiest en cinematograaf Stijn Grupping en theatermaker en scenarist Ine Van Baelen. Voor Poolnacht trommelden ze ook Liesbet Grupping, Frederik Meulyzer en Lucas Van Haesbroeck op. Samen trokken ze naar het Noorse eiland Sørøya waar het nooit écht dag wordt en waar de sneeuwval ervoor zorgt dat je soms het gevoel hebt door de wolken te lopen. Of door het hiernamaals. De vijf hielden elk een dagboek bij. Uit die dagboeken werd een monoloog werd gepuurd die werd ingesproken door de warme en wat verweesd klinkende stem van Geert van Rampelberg. Van Rampelberg vertolkt – zonder live aanwezig te zijn tijdens de voorstelling – een man die van de eenzaamheid geniet maar er evengoed onder lijdt. En dat is exact wat de vijf ook ervoeren tijdens hun reis. Even deed het niets deugd maar al snel begonnen ze dat in te vullen mag structuur, met dagtaakjes, met een dagelijkse wandeling in de voetsporen die ze zelf de dag tevoren achtergelaten hadden. Ze hadden behoefte om een eindigheid aan de schier oneindigheid van het landschap te stellen.

Het prachtige aan deze voorstelling is dat je hun belevenis aan den lijve ervaart. Na een warm ontvangst word je binnengeleid in een volledig verduisterde zaal. Je zit zeer dicht tegen een projectiescherm dat de hele scène beslaat. Daarop begint – zo lijkt het – een zwart-witdocumentaire over het landschap van Sørøya. Het duurt even voor je beseft dat het landschap er daadwerkelijk zo zwart-wit oogt tijdens de poolnacht. De stem van Van Rampelberg stuurt en prikkelt je gedachten terwijl je met je ogen door het landschap waadt. De traagheid en het ontbreken van enig tijdsbesef wordt deel van de voorstelling. Je waadt rond door een landschap dat haast een maanlandschap lijkt en waar het licht van de sneeuw en niet van de zon komt. Het fascinerende is dat de film veel meer is dan een film. Er zit een heuse scenografie verborgen achter het projectiescherm. Een scenografie die pas na een tijd zichtbaar wordt. Pas dan merk je de dimensies in het beeld, net zoals in het echte landschap.De makers gaan weliswaar iets te voorzichtig te werk. De evolutie die in de prachtige tekst zit wordt te weinig beantwoord door een evolutie in de scenografie. Het verlangen om ons dezelfde belevenis te geven staat hun verbeelding als vormgevers en beeldenmakers ietwat in de weg.

Poolnacht is een kleinood van een bende ‘uitvinders’ die balanceren op de rand van performance, theater en beeldende kunst. Soms tuimelen ze al eens in de afgrond van het te weinig zeggende maar met deze voorstelling bieden ze dat perfecte antwoord op dé verslaving naar meer, groter en sneller van onze samenleving. Hier gaat alles traag en is alles groots. Poolnacht houdt halt in en bij de stilte, de traagheid en de grootsheid van de natuur. En de rust ervan. En het verveelt allerminst. Integendeel. Door te turen ontdek je schakeringen, details, schoonheid waarvan je niet besefte dat ze er was. En dit is te transponeren naar de maatschappij: wat minder hollen naar later en wat minder in de toekomst leven en wat meer turen naar dat- en diegene om ons heen. Dat lijkt een mooi, lichtgevend voornemen voor 2016, geboren tijdens die donkere Poolnacht.